Christelijk Liedjesboek

De Heer' is waarlijk opgestaan
De Heer' is waarlijk opgestaan, halleluja.
Jezus deed de dood te niet,
zing daarom het hoogste lied.
De Heer' is waarlijk opgestaan, halleluja. 

Heer' al ben ik nog maar klein (Wijs: "Neem mijn leven, laat het Heer')
Heer' al ben ik nog maar klein,
laat mij toch Uw schaapje zijn,
Dat ik altijd overal,
U, mijn Herder, volgen zal.
Amen, Amen. 

Looft den Heer', want Hij is goed; (Psalm 136:1)
Looft den Heer', want Hij is goed;
Looft Hem met een blij gemoed;
Want Zijn gunst alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

Dat 's HEEREN zegen op u daal' (Psalm 134:3)  

Dat 's HEEREN zegen op u daal';
Zijn gunst uit Sion u bestraal';
Hij schiep, 't heelal, Zijn Naam ter eer;
Looft, looft dan aller heren HEER'.

Opent uwen mond (Psalm 81:12)
Opent uwen mond,
Eist van Mij vrijmoedig,
Op Mijn trouwverbond;
Al wat u ontbreekt,
Schenk Ik, zo gij 't smeekt,
Mild en overvloedig.

U alleen, U loven wij (Psalm 75:1)
U alleen, U loven wij;
Ja wij loven U, o HEER'!
Want Uw Naam, zo rijk van eer,
Is tot onze vreugd nabij;
Dies vertelt men, in ons land,
Al de wond'ren Uwer Hand.

Zeg wie heeft gemaakt?
Zeg wie heeft gemaakt de bloemetjes,
de bloemetjes, de bloemetjes?
Zeg wie heeft gemaakt de bloemetjes?
God in de hemel daar.

Zeg wie heeft gemaakt de sterretjes,
de sterretjes, de sterretjes?
Zeg wie heeft gemaakt de sterretjes?
God in de hemel daar.

Zeg wie heeft gemaakt de vogeltjes,
de vogeltjes, de vogeltjes?
Zeg wie heeft gemaakt de vogeltjes?
God in de hemel daar.

Zeg wie heeft geschapen jou en mij,
jou en mij, jou en mij?
Zeg wie heeft geschapen jou en mij?
God in de hemel daar.

Hoger dan de blauwe luchten
Hoger dan de blauwe luchten,
en de sterretjes van goud.
Woont de Vader in de hemel,
Die van al Zijn kind’ren houdt.

Ook voor de zieke kind’ren zorgt Hij,
kent hun tranen en hun pijn.
Ja, voor de grote en voor de kleine,
wil de Heer’ een Helper zijn.

Daarom vragen wij eerbiedig,
vouwen wij de handjes saam’.
Heer’ die altijd naar ons luistert,
neem ook ons gebedje aan.

Amen amen.

Noach
Klop, klop, klop. Tik, tik, tik.
Noach bouwt een heel groot schip.
Klop, klop, klop. Tik, tik, tik.
Noach bouwt een schip.

Het water steeg wel hoog,
maar wonder boven wonder,
ging Noach niet ten onder,
De ark alleen bleef droog.
De ark alleen bleef droog.

De dieren ging mee,
de grote en de kleine.
Met Noach en de zijnen.
De dieren twee aan twee.
De dieren twee aan twee.

Zij dreven maanden rond,
toen ging het water zakken.
De duif vond groene takken.
De ark liep aan de grond.
De ark liep aan de grond.

Jozef
Jozef zoekt zijn grote broers,
alle tien zijn ze jaloers.
Op zijn jas en op zijn dromen,
als ze Jozef aan zien komen.
Word zijn mantel afgerukt,
diep zit Jozef in de put.

Met een slavenkaravaan,
moet hij naar Egypte gaan.
Alle dromen zijn vergeten,
heel veel kwaad wordt hem verweten.
Jozef die onschuldig is,
komt in de gevangenis.

Lange jaren gaan voorbij,
maar de Heer is hem nabij.
Nieuwe dromen worden wakker
door de schenker en de bakker.
Maar de schenker, hij vergeet
al wat Jozef voor hem deed.

Farao hoog op zijn troon,
droomt een wonderlijke droom.
Daarom laat hij Jozef komen
en dan worden alle dromen,
van de koe en korenaar
en de maan en sterren waar.

God heeft alles omgekeerd,
Jozef wordt als vorst vereerd.
en het kwade valt in duigen
en de broers ze moeten buigen,
zo houdt God door Jozefs hand,
't volk van Israel in stand.

Lees je Bijbel
Lees je bijbel, bid elke dag,
bid elke dag, bid elke dag.
Lees je bijbel, bid elke dag,
dat je groeien mag.
Dat je groeien mag.
Dat je groeien mag.
Lees je bijbel, bid elke dag,
dat je groeien mag.

Jezus is de Goede Herder
Jezus is de Goede Herder
Jezus is de Goede Herder,
Jezus Hij is overal.
Jezus is de Goede Herder,
breng mij veilig naar de stal.

Als je 's avonds niet kunt slapen,
als je bang in 't donker bent.
Denk dan eens al die schaapjes,
die de Heer’ bij name kent.

Jezus is de Goede Herder,
Jezus, Hij is overal.
Jezus is de Goede Herder,
breng mij veilig naar de stal. 

Kerst

In Bethlehems stal
In Bethlehems stal lag Christus de Heer,
in doeken gehuld als Kindje terneer.
Voor Hem was geen plaats meer in herberg of huis.
Zijn wieg was een kribbe, Zijn troon was een kruis.

Stille nacht
Stille nacht, heilige nacht.

Davids Zoon, lang verwacht,

Die miljoenen eens zaligen zal

werd geboren in Bethlehems stal.

Hij, der schepselen Heer

Hij, der schepselen Heer.

Ere zij God
Ere zij God, Ere zij God, 
In de hoge, in de hoge, in de hoge.
Vrede op aarde, vrede op aarde,
in de mensen een welbehagen.
Amen. Amen.

De wijzen
De wijzen, de wijzen
Die gingen samen reizen
Vertrouwend op een Koningsster
Zij wisten niet hoe ver.

Pasen

Hij is opgestaan!
Maria kwam bij het graf
En huilde om haar heer
De grote steen was weggerold
En Jezus was er niet meer
Maar een engel zei plotseling
Weet je niet meer
Wat Hij gesproken heeft
Hij is opgestaan, Hij is opgestaan
Hij leeft, Hij leeft
Hij is opgestaan, Hij is opgestaan
Hij leeft, Hij leeft
 
De discipelen waren zo moe
Ze treurden om de Heer
Waar moesten ze nu nog naar toe
Hun meester was er niet meer
Maar Maria riep plotseling
Hij heeft gedaan
Wat Hij gesproken heeft
Hij is opgestaan, Hij is opgestaan
Hij leeft, Hij leeft
Hij is opgestaan, Hij is opgestaan
Hij leeft, Hij leeft

Ik ga slapen, ik ben moe
Ik ga slapen, ik ben moe,
sluit mijn beide oogjes toe.
Heere, houd ook deze nacht,
over mij getrouw de wacht.

't Boze dat ik heb gedaan,
zie het Heere toch niet aan.
Schoon mijn zonden vele zijn,
maak om Jezus wil mij rein.

Zorg voor de arme kind'ren Heer’,
en herstel de zieken weer.
Ja, voor alle mensen saam’,
bid ik u in Jezus’ naam.

Doe mij dankbaar en gezond,
opstaan in de morgen stond.
Als ik mijn ogen open doe,
straalt Uw zon mij vriend 'lijk toe.

Voordat we weer naar huis gaan:
Voor wij hier weggaan
Voor wij hier weggaan, vragen wij Uw zegen,
Wil ons bewaren Heer', en steeds met ons meegaan.
Zorg ook voor ons, o Heer', op de weg die voor ons ligt.
Breng ons weer veilig thuis. Amen.