Algemeen liedjesboek  

Hulpdiensten
Er staat een huis in brand (Op de wijs: In Holland staat een huis)  
Er staat een huis in brand,
ga allemaal aan de kant.
Daar komt de brandweerauto aan,
de zwaalichten zijn al aangedaan.
Met water uit de spuit,
gaat de brand gelukkig uit. 


Zomer
Tjoep zegt de vlieger
Tjoep zegt de vlieger en hij vliegt de lucht in,
Tjoep zegt de vlieger en hij vliegt om hoog.
Zie je de vlieger vliegen? Steeds maar hoger vliegen.
Tjoep zegt de vlieger en hij vliegt omhoog.

Ziek zijn
Prikken

Mag ik even prikken?
Even hier, even daar?
Mag ik even prikken?
Het is al klaar.

Koningsdag

Overal oranje
Overal oranje, tjonge wat een feest,
De straten zijn nog nooit zo vrolijk geweest.
We draaien in het  rond en zwaaien met de vlag,
Hiep hiep hoera, het is koningsdag!

Rood, wit en blauw
Rood, wit en blauw zijn de kleuren van de vlag,
oranje is de wimpel die ik wapperen zag.
Wit is de stok, oranje is de knop,
groen is het gras en daar staat hij op. 

Lente
Hoor de vogels in het riet
Hoor de vogels in het riet, tjiep, tjiep, tjiep. 
Hoor de vogels in het riet, tjiep, tjiep, tjiep.

Winter
Schaatsen
Kris, kras, krassen de schaatsen, 
kris, kras over de baan.
Links, rechts ik kan al schaatsen,
Kras, kras zie mij eens gaan!


Sneeuwvlokje
Sneeuwvlokje, sneeuwvlokje dwarrel maar rond,
kom met je vriendjes bij ons op de grond,
sneeuwvlokje, sneeuwvlokje kom nu maar gauw,
misschien maak ik straks wel een sneeuwpop van jou. 


Boer wat zeg je van mijn kippen.. 

Boer wat zeg je van mijn kippen,
boer wat zeg je van mijn haan?
Hebben ze dan geen mooie veren
of staat jou de kleur niet aan?
Boer wat zeg je van mijn kippen?
Boer wat zeg je van mijn haan?

Dit ben ik
Dit zijn mijn wangetjes,
en dit is mijn kin.
Dit is mijn mondje met tandjes erin.
Dit zijn mijn oren, mijn ogen, mijn haar.
Nu nog mijn neusje en dan ben ik klaar.

Hoofd, schouders, knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Oren, ogen, puntje van je neus.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen

Klap eens in je handjes
Klap eens in je handjes, blij blij blij.
Op je boze bolletje, allebei!
Handjes in de hoogte, handjes in je zij,
zo varen de scheepjes voorbij!

Poesje mauw
Poesje mauw, kom eens gauw.
Ik heb lekk’re melk voor jou.
En voor mij, rijstebrij.
O, wat heerlijk smullen wij.

Hondje waf
Hondje waf, waf, waf, waf.
Blijf van mijn lekk’re eten af.
Aardig dier, kom eens hier.
Geef mij een pootje van plezier.

Zo gaat de molen
Zo gaat de molen, de molen, de molen.
Zo gaat de molen, de molen.
Zo gaan de wieken, de wieken, de wieken.
Zo gaan de wieken, de wieken.

Jarig
Er is er een jarig, hoera hoera.
Dat kun je wel zien, dat is hij/zij.
Wij vinden het allen zo prettig, ja ja.
En daarom zingen wij blij, blij, blij, blij.
Hij/zij leve lang, hoera hoera!
Hij/zij leve lang, hoera hoera!
Hij/zij leve lang, hoera hoera! 

In de maneschijn
In de maneschijn, in de maneschijn.
Klom ik op een trapje naar het raamkozijn.
Maar je waagt het niet, maar je waagt het niet.
Zo doet de vogel, en zo doet de vis
Zo doet de duizendpoot, die schoenepoetser is.
En dat is één, en dat is twee,
en dat is dikke dikke dikke tante Kee.
En dat is recht, en dat is krom.
En nu draaien wij het wieltje nog.

De wielen van de bus
De wielen van de bus, die draaien rond, draaien rond, draaien rond.
De wielen van de bus, die draaien rond, als de bus gaat rijden.

De deuren van de bus, gaan open en dicht, open en dicht, open en dicht.
De deuren van de bus, gaan open en dicht, als de bus gaat rijden.

De lampen van de bus, gaan aan en uit, aan en uit, aan en uit.
De lampen van de bus, gaan aan en uit, als de bus gaat rijden.

De kinderen in de bus gaan heen en weer, heen en weer, heen en weer
De kinderen in de bus gaan heen en weer, als de bus gaat rijden.

De wissers van de bus gaan wis wis wis, wis wis wis, wis wis wis,
De wissers van de bus gaan wis wis wis, als de bus gaat rijden.

Treintje
Een treintje ging uit rijden, van Amsterdam naar Rotterdam.
En achter al die raampjes daar zaten zoveel kindertjes.
En die deden zo, en die deden zo, si sa so.

Een koetje en een kalfje
Een koetje en een kalfje die liepen in de wei,
toen kwam er een heel dik varkentje voorbij.
Dat zei, dat zei: "Geef 't kalfje maar aan mij!"
"Nee," zei de koe, "boe boe boe".
"Nee," zei de koe, "boe boe boe". 

1, 2, 3, 4
1, 2, 3, 4, hoedje van, hoedje van,
1, 2, 3, 4, hoedje van papier.
En als dat hoedje dan niet past,
zet 'em in de glazen kast.
1, 2, 3, 4, hoedje van papier.

Visje visje..

Visje visje in het water.
Visje visje in de kom.
Visje visje kan niet praten.
Visje visje draai eens om.